Lied van den H. Dionysius




     Nu zullen wij gezamenlijk gaan zingen,

     Den lof van St. Dionysius,

     Tilburg's Patroon, het hoofd van onze kringen,

     Wij zijn verheugd, dat hij ons patroon is;

     Bij 't heidensch volk als priester opgetreden,

     Vol ijver predikte hij Gods woord,

     Maar 't volk dat schier bedorven was van zeden, (bis)

     Heeft dan den Heilige jammerlijk vermoord. (bis)

 

     Als martelaar moet hij zijn leven laten

     Voor 't heidensch volk nog blind voor 't ware licht,

     Nu toch zien wij Gods lof in heldre stralen,

     Hebben ons Gild ter zijner eer gesticht;

     Zijn feestdag blijven wij nog jaarlijks vieren,

     Bieden hem hulde, ieder op onze wijs,

     Hechten een krans van mirt en laurieren, (bis)

     Tot luister van onzen Heiligen Dionys. (bis)

 

     De Kroonprins had ons reeds zijn woord gegeven,

     Alsook de Graaf en Burgemeester mee,

     Om in dit jaar ons weer te doen herleven,

     En rukken uit in volle rust en vree,

     Om dan weer naar een Koningsprijs te dingen,

     Schieten gezamenlijk wij zonder schroom,

     Dan is er stof om luisterrijk te zingen: (bis)

     Lang leev' de Vorst van onzen nieuwen boom. (bis)

 

     Lang leev' dan... onze Koning,

     Dit zingen wij met vreugd te gaar,

     Die thans nu heerscht op onze woning,

     Als Koning over Dionysius schaar;

     Door kunst is hij bij ons aan 't hoofd getreden,

     Ja kunstrijk schoot hij naar den koningsprijs,

     Dus broeders zingt, hij heeft zijn plicht gekweten; (bis)

     Lang leev' de Vorst van St. Dionys. (bis)

 

     Hiermede zullen wij ons lied gaan sluiten,

     Tot dat wij zien wie dat weer Koning is,

     Want verder toch willen wij ons niet uiten,

     Want dit is zeker en dat gaat gewis.

     Laat ons dan weer een ander lied gaan zingen,

     Een lied dan weer op eene andre wijs,

     Dus broeders, wilt eens ijvrig mee gaan dingen (bis)

     Tot luister van onz' Heiligen Dionys. (bis)




"ONVOLTOOID VERLEDEN TIJD"