Kolveniersgilde Sint Dionysius

Het gilde Sint Dionysius werd in 1665 opgericht door een aantal notabelen uit Tilburg. De leden bedienden zich van een kolfbus, een eenvoudig geweer. Het broederschap werd ingesteld met toestemming van de toenmalige vrouwe van Tilburg en Goirle met als doel ‘het oefenen met de bussche ofte roere, tot een eerlijcke exercitie ende omme daer aff handelinge te krijgen’. In de tijd van het ontstaan van het Sint Dionysius-gilde waren het Sint Jorisgilde en het Sint Sebastiaangilde (Koninklijk Handboogschuttersgilde Sint Sebastiaan van Willem III) al in Tilburg actief. De gildebroeders van de nieuw opgerichte schutterij waren protestant en bekleedden belangrijke functies die, na de Vrede van Münster, in Brabant slechts weggelegd waren voor protestanten. Desondanks diende zich enkele jaren na de oprichting een typisch katholiek element aan, want het gilde stelde zich onder de bescherming van een heilige, Sint Dionysius. Deze keuze lag voor de hand, omdat dit ook de patroon was van de oudste kerk van Tilburg (Heikese kerk). Sinds de oprichting is het gilde actief geweest en heeft het de gildedoelstellingen steeds op eigentijdse wijze ingevuld. Zo werden in de negentiende eeuw armen door het gilde begraven. Het gilde ontving daarvoor een vergoeding uit de gemeentekas. Ook tegenwoordig blijven de bijna dertig leden nog altijd trouw aan de fundamenten van het gilde.